Histogram gebruiken | hoe werkt het histogram

Vrijwel elke digitale camera, van simpele compact camera tot professionele digitale spiegelreflex-systeem camera’s, heeft tegenwoordig de mogelijkheid om een ‘Histogram’ van je foto te tonen. Evenals fotobewerking programma’s als Adobe Lightroom. Het histogram is vaak een optie die niet gebruikt wordt. Maar waarom….. hoe werkt het histogram? Histogram gebruiken

Op het scherm van mijn camera kan ik toch zien of de foto goed is?

Nou… dat is dus niet zo. Die minischermpjes zijn helderder dan een monitor van een computer. Dat komt omdat je ook in daglicht nog wilt kunnen zien wat er op een foto staat. Maar daardoor zijn zowel de kleurweergave als het contrast niet erg betrouwbaar. Een vlak dat voor het oog heel helder is, kan daardoor in werkelijkheid behoorlijk donker  zijn. Maar zelfs als de helderheden en kleuren perfect zouden worden weergegeven is er nog een probleem: de onbetrouwbaarheid van je ogen. Daardoor is bij beeldbewerking zelfs het beste beeldscherm met de beste calibratie nutteloos als je geen histogram kunt gebruiken.

Omdat zowel het beeldschermpje van je camera als je ogen geen betrouwbare informatie leveren, moet je andere informatie gebruiken. En die informatie wordt geleverd door een histogram

Het histogram

Het histogram bestaat uit een grafiek. Meestal in de vorm van een heuvel getekend. Deze laat zien hoe de verdeling van licht en donker op de foto is. Het linkerdeel van de grafiek gaat over de donkere gebieden van de foto, het rechterdeel gaat over de lichtere delen. In het midden is de neutrale belichting, de 18% grijswaarde waar de lichtmeter van de camera altijd naar op zoek is. De hoogte van het histogram geeft aan hoeveel pixels in het beeld relatief donker, relatief licht of neutraal zijn. .

 

Hoe het histogram te beoordelen

Met behulp van het grafiek kun je beoordelen of een foto onder- of overbelicht is of juist neutraal (gebalanceerd) belicht. Neigt de grafiek meer naar de linkerkant, dan is de foto donker, er zijn meer pixels in het donkere deel dan in het lichte deel te vinden. Neigt de grafiek juist naar rechts, dan hebben we een lichte foto, meer pixels van het beeld zijn in het lichte deel te vinden. Er bestaat geen ideale histogram. Het histogram is puur een registratie van de belichting van je foto. Het is aan jou om te beslissen wat voor jou de ideale belichting is voor jou foto.

Zelf let ik vooral op de hoogste delen van de grafiek. Ik probeer deze zo min mogelijk rechts of links uit de grafiek te komen. Onderstaande voorbeeld. De foto is genomen tijdens zonsopgang op Bali. De zon was al zo goed als op. Ik heb hier geprobeerd om de grafiek links en rechts zo min mogelijk buiten de randen te laten lopen. Loopt je grafiek links of rechts buiten de randen. Dat betekend dat je informatie in de foto verloren is gegaan en niet meer terug te halen is. Bijvoorbeeld links (overbelicht) rechts (onderbelicht/donker), maar is dit erg?

Het advies is dan ook om te letten op de grafiek, zodat deze de rand niet raakt of net raakt. Gaat deze over de rand. Dan is er data verloren gegaan van de foto. Aan de rechterkant betekent dit dat er geen detail meer zit in de witte delen (vervelend als het om de lucht gaat) en aan de linkerkant betekent dit dat het detail uit de schaduwen weg is. Vooral voor witte delen is het vervelend als er details weg zijn. (als het niet de bedoeling was (Highkey)), detail uit de lichte delen kun je niet meer terug krijgen hoe goed je de foto ook bewerkt. Van onderbelichte foto’s is vaak nog wel wat te maken als je de foto’s in RAW formaat hebt geschoten, dan kun je nog wel informatie terug halen. Afhankelijk van de gebruikte camera kan dit 1 F stop tot wel meer dan 5 F stops zijn.

Nu komt de clou waarom de grafiek zo handig is: als je net nadat je de foto hebt genomen naar de grafiek kijkt, kun je bedoordelen of je misschien een langere of kortere sluitertijd nodig hebt om de foto ‘goed’ te belichten. Zit de grafiek tegen de linkerrand aan, dan betekent dit onderbelichting in bepaalde delen en dit houdt dus in dat je de foto iets langer moet gaan belichten, meer licht op de sensor laten vallen. Je moet dan of de sluitertijd of het diafragma aanpassen (niet beide, want dan krijg je precies dezelfde belichting.

Onderbelicht

 

In bovenstaande foto zie je dat een groot deel van de pixels zich in donkere delen bevinden. Net naast het gezicht aan de rechterkant is er vrijwel geen detail meer te vinden, dit is waar het linkerdeel van de grafiek uit het beeld loopt. Er zit ook nog wat wit in de foto, dit zie je aan de rechterkant ook terugkomen in de grafiek. De bruine, de lichtere, delen komen naar voren in tegen het midden, die zitten dus dichter tegen de 18% grijswaarde aan waar de camera naar op zoek is.

Overbelicht

Zit de grafiek tegen de rechterrand aan, dan is de foto in delen overbelicht, waardoor je detail verliest in de lichte delen. Je moet dan de belichting compenseren zodat er iets minder licht op de sensor valt. Je zorgt dan voor een snellere sluitertijd (van 1/125s naar 1/180s) of dat je het diafragma kleiner maakt (van F2.0 naar de kleinere F2.8 waarde). Nu kun je de foto opnieuw nemen en zal door de compesatie de belichting beter uitvallen.

In bovenstaande foto bevinden een groot deel van de pixels zich aan de rechterkant en de grafiek loopt zo het beeld uit. Kortom, ik heb een overbelichting op bepaalde delen, duidelijk te zien onder het knietje van Izzie waar geen spoortje van detail in is te vinden. Door meer schaduw/donker in de foto te brengen kan ik hem toch nog ‘enigszins redden’, maar het detail onder de kin van Izzie ben ik kwijt. Als je kijkt naar de settings dan zul je waarschijnlijk gelijk aantal vraagtekens hebben? Bijvoorbeeld de keuze voor de ISO en sluitertijd ? 

Leer in de camera te compenseren

Als je er meer handigheid in krijgt kun je aan de hand van de grafiek zien hoeveel de compensatie zou moeten zijn als je de ‘optimale’ belichting wilt bereiken. De grafiek is over het algemeen verdeeld over 5 F-stops, de dynamic range van de camera. Dit is voor de meeste camera’s het maximum wat de camera kan vastleggen. Als je dus heel veel contrast tussen de lucht en de grond hebt (meer dan 5 F-stops tussen het lichtste en het donkerste deel in de foto), dan ga je detail verliezen en moet je gaan kiezen of je juist gaat onder- of overbelichten. Dit is ook waar je de artistieke keuzes kunt maken. Hecht je meer waarde aan het compleet zwart maken van de schaduwpartijen (en dus meer detail in de lichte delen) of wil je juist een wit vlak met veel detail in de donkere delen. Het is zoals altijd een compromis, maar ook een kans een artistieke keuze te maken. Natuurlijk heb je ook nog de keuze om gebruik te maken van zogenaamde grijsverloop filters. Belangrijk is dat je het Diafragma, Sluitertijd en ISO beheerst. (de belichtingsdriehoek)

Het histogram is goed om te gebruiken op je camera, maar ook achteraf in Lightroom kan het je helpen om te leren hoe je de foto beter had kunnen belichten. Onder het histogram zie je de instellingen staan waarmee de foto zijn gemaak. (Diafragma, Sluitertijd en ISO)

Histogram gebruiken

Daan Wagner

Enthousiast fotograaf. Die er graag op uittrekt en zijn kennis/passie deelt met anderen. Mensen omschrijven mij als: “enthousiast, vrolijk, positief, gepassioneerd en energiek”. Samengevat zou ik het “genieter” willen noemen. Naast mijn full time baan als Agile Consultant/Coach geef ik met veel plezier workshops fotografie in Nederland en Indonesië“You don't take a photograph, you make it.” ― Ansel Adams

Geef een reactie